Janus Oomen, 24 uur dag in dag uit dienstbaar Janus Oomen (1940-2015), 24 uur dag in dag uit dienstbaar voor dorp stad en bewoners, is niet meer. Janus Oomen misschien wel de meest populaire wethouder in Breda ooit; in veler ogen een reus maar helaas geveld door een ernstige ziekte. Janus Oomen en ondergetekende waren bevriend ook al zei hij dat er in de politiek geen vrienden waren. Maar ik ben dan ook geen politicus. De ‘boerenwethouder’, zoals hij ook wel eens werd aangeduid, heb ik mateloos bewonderd om zijn inzicht “dat de meester een dienaar moet zijn” en zijn gewiekstheid om zaken tot een goede oplossing te brengen. Hij deed dat onnavolgbaar maar ook, zoals hij mij eens toevertrouwde, simpel volgens het aloude kerkelijke harmoniemodel dat mens en wereld nimmer nadelen heeft bezorgd. Janus Oomen, wethouder van Prinsenbeek, mijn geboortedorp, van Breda, de stad van mijn jeugd en van Drimmelen waar hij tot zijn laatste snik zijn vakkennis in dienst heeft gesteld voor de gemeenschap, heeft bij leven het slot van zijn eigen boek geschreven. En het voelt als een diepe leegte. Als vak wethouder bij de gemeente Breda bij zijn entree, na de annexatie van Prinsenbeek, heb ik Janus Oomen net niet meer meegemaakt. Daarbuiten des te meer. Maar waar stadsbeheer en stedenbouw elkaar, volgens het voorliggende dossier raakten, wist hij me thuis te bereiken om met de voorgeschiedenis zijn voordeel te doen. Er stond een aardigheidje tegenover dat hij zelf kwam brengen en hij had alle tijd. Een work alcoholic? Neen. Daarvoor was hij te ontspannen. Gewoon de hand aan de ploeg zoals het een boerenzoon betaamt, gesteund door Ton Lamers, zijn levensgezellin, die hem zijn levensvreugde teruggaf nadat hij weduwnaar was geworden. Wat Janus Oomen oppervlakkig gezien niet leek te hebben dat was nostalgie voor het verleden. Als ik al eens namen opsomde uit dat verleden en zei dat het college, goed beschouwd, ook maar een duivenkooi was waar men in- en uitvloog dan knikte hij instemmend maar voegde er met een filosofische kwinkslag aan toe: “Je weet hoe belangrijk goeie duiven zowel in oorlogs- als in vredestijd kunnen zijn”. Voor Rinus van der Westen zijn tijd- en partijgenoot op Prinsenbeek die 25 jaar wethouder van sociale zaken en financiën was en veertig jaar raadslid, had hij als politiek talent in de gemeenteraad in 1986 een diep respect. Een spreekuur aan huis ging hem te ver. Maar Janus Oomen was – net als zijn voorbeeld – laagdrempelig benaderbaar. Hij was altijd zò bezig met de problemen van deze tijd, zò levend in het nu, dat hij zich, bij wijze van spreken niet meer kon herinneren wáár hij geboren was. Dat dat plaatsvond in een groot gezin van zes kinderen op een boerderij leerde zijn ouders, broers en zussen en zijn doopceel. Dat die boerderij op de Muizenberg lag werd door hem betwist maar…als abstract vorser naar waarheidsvinding kwam hij daar tijdens de uitreiking van het boek ‘De Bredanaars, standbeeldje voor stadgenoten’ in de Barones in 2003 royaal en loyaal op terug. Ik bewaar aan Janus een dierbare persoonlijke herinnering. Uit zijn handen werd mij daarvóór door hem in de Posthoorn een lintje opgespeld. Ik had net een arbeidsconflict achter de rug met een extern adviesbureau en Janus zou Janus niet zijn geweest als hij door een onderscheiding die totaal uit de hand gelopen zaak niet in het reine kon brengen. Het plezier tijdens de uitreiking, waarin hij het gehoor voorhield verbindend te zijn, was hem aan te zien. Als wethouder N.A.C. zaken was de bestuurder in 2003 op de toppen van z’n kunnen. Hij besefte wat deze club – met geschiedenis – voor de stad betekent en redde N.A.C. Janus Oomen was een rooie reus met een groene das. Hij was een diep in de Brabantse grond gewortelde boom. Bomen waar hij bij Stadsbeheer alles mee had. “Met Janus Oomen kun je bomen”, liet hij weten voordat hij deelnam aan een politiek café in Princenhage. Bomen met een x factor. Hij verzon het. Breda werd een groene stad. Over Tjerk Westerterp, zijn partijgenoot als minister van Verkeer en Waterstaat schreef ik een politieke biografie die hij op inhoud en feitelijkheid waardeerde. Of ik dat voor hem ook moest doen liet Janus in het midden, lachend. Het antwoord weten we. In dienstbaarheid voor dorp en stad en zijn bewoners, dag in dag uit, 24 uur aaneen, timmerde hij dat boek zelf in elkaar. Niet in de salon. Maar onder de mensen. Om hun problemen en bekommernissen effectief tot oplossing te brengen.
Rinie Maas
|